Een paar weken geleden zat ik aan tafel met een chef die zichtbaar gefrustreerd was. Niet vanwege een mislukte service, een leverancier die te laat was of een gerecht dat niet uit de verf kwam. Zijn frustratie zat ergens anders.
Die week had hij meer tijd besteed aan personeelszaken, social media, allergeneninformatie, kostprijsberekeningen en administratie dan aan koken. “Ik ben chef geworden omdat ik van koken houd”, zei hij. “Soms voelt het alsof ik tegenwoordig vooral manager ben.”
Ik moest glimlachen, niet omdat het grappig was, maar omdat ik die opmerking steeds vaker hoor. Niet alleen van chefs, maar ook van horecaondernemers. Mensen die ooit voor dit vak kozen vanwege de dynamiek, de creativiteit en het contact met gasten, maar die tegenwoordig een groot deel van hun tijd besteden aan zaken die zich afspelen achter een scherm.
De realiteit is dat het runnen van een horecabedrijf misschien wel complexer is dan ooit. Naast het leveren van kwaliteit en gastvrijheid moeten ondernemers zich bezighouden met personeelsvraagstukken, marketing, financiën, wet- en regelgeving en een gast die steeds hogere verwachtingen heeft. De horeca is altijd een sector geweest waarin hard werken vanzelfsprekend is, maar soms vraag ik me af of we dat niet te veel zijn gaan accepteren als onderdeel van het ondernemerschap.
Juist daarom geloof ik dat AI een belangrijke rol kan gaan spelen binnen onze sector. Niet omdat technologie het vak gaat overnemen. Integendeel. Hoe verder de technologie zich ontwikkelt, hoe duidelijker het voor mij wordt dat de menselijke kant van de horeca alleen maar belangrijker wordt. Zoals de lezers wel weten ben ik al langer bezig met AI, ik heb er al verschillende columns over geschreven en gebruik het ook veel in mijn dagelijkse werkzaamheden.
Onlangs was ik bij een seminar georganiseerd door Denk Producties met het thema ‘hoe AI kan zorgen voor een betere efficiëntie in je werk’. Tijdens verschillende lezingen van onder andere Alexander Klöpping, Deborah Nas en Remy Gieling viel mij op dat zij het eigenlijk nauwelijks over technologie hebben. Hun verhaal gaat vooral over mensen. Over de manier waarop we werken, beslissingen nemen en onze tijd besteden. Dat zette mij aan het denken. Want als ik kijk naar de gemiddelde werkweek van een horecaondernemer, zie ik hoeveel tijd er verloren gaat aan werkzaamheden die noodzakelijk zijn, maar die weinig bijdragen aan datgene waar de ondernemer echt het verschil maakt. Niet op de vloer, niet in de keuken en niet in het contact met gasten, maar ergens tussen documenten, e-mails en spreadsheets.
Een chef vertelde mij onlangs dat hij AI had gevraagd mee te denken over een nieuw seizoenmenu. Niet omdat hij verwachtte dat een computer betere gerechten zou bedenken dan hijzelf, maar omdat hij nieuwsgierig was naar nieuwe invalshoeken. Binnen enkele minuten kreeg hij ideeën aangereikt waar hij zelf verder op kon bouwen. Uiteindelijk kwam geen enkel gerecht letterlijk uit de computer, maar het proces bracht hem wel sneller op nieuwe gedachten.
Dat is precies hoe ik naar AI kijk. Niet als vervanging van vakmanschap, maar als een hulpmiddel dat ruimte creëert voor vakmanschap. Ik merk het ook in mijn eigen werk. Waar ik vroeger uren bezig was met het maken van een eerste opzet voor een marketingplan, een persbericht of een presentatie, kan ik tegenwoordig veel sneller tot een basis komen. Dat betekent niet dat het werk verdwijnt. Integendeel. Het betekent dat er meer tijd overblijft voor gesprekken, strategie, creativiteit en het ontwikkelen van nieuwe ideeën. Juist de onderdelen waar mensen waarde toevoegen.
Toch merk ik dat veel ondernemers nog afwachtend zijn. Dat is begrijpelijk. Nieuwe ontwikkelingen zorgen altijd voor onzekerheid. Maar tegelijkertijd zie ik ook een patroon. De horeca heeft in het verleden vaker gewacht tot nieuwe technologieën gemeengoed waren geworden. Dat gebeurde bij social media. Dat gebeurde bij online reserveren. Dat gebeurde bij reviewsites. Uiteindelijk werden het allemaal onmisbare onderdelen van het ondernemerschap.
Ik vermoed dat we over een paar jaar op dezelfde manier naar AI zullen kijken. Niet omdat het bijzonder is, maar omdat het vanzelfsprekend is geworden. Daarom geloof ik niet dat iedere ondernemer direct een uitgebreid AI-beleid nodig heeft. Veel belangrijker is het om nieuwsgierig te blijven. Om te experimenteren. Om te ontdekken welke werkzaamheden eenvoudiger, sneller of slimmer kunnen worden uitgevoerd. Niet alles zal bruikbaar zijn en niet alles zal direct werken. Maar dat geldt voor iedere ontwikkeling.
Wat mij betreft draait de discussie daarom ook niet om technologie. De echte vraag is hoeveel tijd we als ondernemers terug kunnen winnen. Tijd die we vervolgens kunnen investeren in medewerkers, gasten, kwaliteit en innovatie. Zaken die nooit volledig geautomatiseerd zullen worden en die juist de kracht van de horeca vormen.
Gastvrijheid blijft mensenwerk. Een computer voelt niet aan dat een gast iets te vieren heeft. Een algoritme ziet niet dat een medewerker extra aandacht nodig heeft. En geen enkele kunstmatige intelligentie begrijpt de trots die een chef voelt wanneer een nieuw gerecht precies uitpakt zoals hij voor ogen had. Maar als technologie ons helpt om minder tijd kwijt te zijn aan randzaken, ontstaat er meer ruimte voor precies die momenten die ons vak zo bijzonder maken. Misschien moeten we daarom stoppen met de vraag of AI een plek krijgt binnen de horeca. Die plek is er namelijk al.
De vraag die mij veel meer bezighoudt, is wat we gaan doen met de tijd die we ervoor terugkrijgen?
Charlotte Mauritz is marketing- en brandingexpert in de wereld van food & drinks en eigenaar van Annoncé Management BV. Daarnaast is ze actief als interim-operationsmanager en host van de podcast “De Wereld van de Gastronomie”.
Blijf op de hoogte!
Wil jij op de hoogte gehouden worden van het laatste restaurantnieuws en twee keer per week de digitale nieuwsbrief van De RestaurantKrant ontvangen? Schrijf je dan hier in voor de nieuwsbrief.
