Het gerechtshof in Amsterdam heeft geoordeeld dat de dienstverlening van Temper juridisch moet worden aangemerkt als uitzendarbeid, zo meldt vakbond CNV. Daarmee geldt Temper volgens het hof als uitzendbureau.
Volgens CNV betekent dit dat de arbeidsrelatie tussen Temper en werkenden in de onderzochte periode anders moet worden gekwalificeerd dan zelfstandige inzet via het platform.
Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat er nabetaling moet plaatsvinden van de vergoeding van 1 euro per gewerkt uur die Temper tot 2019 bij werkenden in rekening bracht. Denk daarnaast bij nabetalingen aan achterstallig salaris, doorbetaling bij ziekte en vakantie, toeslagen, pensioenbijdragen en vakantiegeld. De verdere afhandeling daarvan hangt af van de individuele situatie en eventuele vervolgstappen.
Het hof heeft eveneens uitgesproken dat vakbonden onder voorwaarden collectieve procedures kunnen voeren namens groepen werkenden bij structurele onderbetaling of andere arbeidsrechtelijke geschillen.
CNV noemt de uitspraak een belangrijke stap voor de regulering van platformarbeid en verwacht dat deze gevolgen kan hebben voor toezicht en handhaving door instanties zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie, de Belastingdienst en het UWV. Ook FNV reageerde positief op de uitspraak.
|
Temper reageert op de uitspraak met een bericht op de website: "We zijn zeer verrast door deze uitspraak en zijn het er fundamenteel mee oneens: het hof gaat totaal voorbij aan de diversiteit, vrijheid en het ondernemerschap van de tienduizenden mensen die via Temper flexibel wat bijverdienen. We gaan ons zorgvuldig in het arrest verdiepen en onderzoeken serieus of we in cassatie gaan. Op dit moment is de uitspraak nog niet onherroepelijk." "Temper blijft zich inzetten voor een arbeidsmarkt waarin ruimte blijft voor mensen die bewust voor flexibiliteit kiezen, met passende bescherming." Gerechtshof maakt andere afweging dan de rechtbank Amsterdam |