De marktomstandigheden voor de opening van een nieuw restaurant verschillen sterk binnen de Europese Unie. Het nieuwe Restaurant Launch Report van Makro Webshop vergelijkt 20 geselecteerde EU-markten op negen criteria binnen vier gebieden: omzet en vraag, kosten en marges, bureaucratie en personeel en concurrentie en vastgoed.
Het rapport maakt inzichtelijk waar de randvoorwaarden voor nieuwe restaurants volgens de gebruikte indicatoren momenteel het gunstigst zijn.
Spanje eindigt bovenaan in de samengestelde ranglijst. De markt profiteert volgens het rapport van een sterke vraag, hoge toeristische bestedingen en een omvangrijke toeristische sector. Daarnaast behoort Spanje volgens de gehanteerde indicatoren tot de markten met een relatief laag prijsniveau voor eten en drinken en relatief lage energiekosten. Ook de gebruikte vacature-indicator wijst op minder arbeidsmarktkrapte dan in verschillende andere onderzochte markten.
Spanje aan kop, Noord-Europese markten volgen
Toerisme is in meerdere Europese markten een belangrijke aanvullende omzetbron voor de horeca. In Spanje bedragen de toeristische bestedingen volgens de in het rapport gebruikte Eurostat-gegevens circa 98 miljard euro per jaar. Frankrijk volgt met circa 71 miljard euro, terwijl Italië uitkomt op circa 54 miljard euro. Nederland staat in de vergelijking op circa 20,8 miljard euro.
Na Spanje volgen Finland, Denemarken en Zweden. Deze markten combineren volgens de analyse relatief gunstige kostenstructuren met beperkte administratieve belemmeringen en een stabiele uitgangspositie voor ondernemers. Ierland, Frankrijk, Duitsland en Nederland completeren de bovenste acht posities van de onderzochte ranglijst.

Tabel: uitsnede uit de ranglijst van de 20 onderzochte markten. De volledige ranglijst, scores per indicator en methodologische toelichting zijn beschikbaar bij het totaaloverzicht van Makro.
Lagere kosten bieden ruimte voor marges
Lagere kosten kunnen een structureel voordeel bieden aan de energie-intensieve horecasector, waarin marges sterk afhankelijk zijn van strategische inkoop en strakke kostenbeheersing. Volgens de prijsniveaugegevens van Eurostat behoren Polen, Tsjechië, Hongarije, Spanje en Nederland tot de markten met een relatief gunstig prijsniveau voor eten en drinken.
Ook energiekosten lopen sterk uiteen. In de Noord-Europese markten liggen de elektriciteitsprijzen volgens de analyse op circa 0,09 euro tot 0,13 euro per kWh. In Nederland bedraagt de elektriciteitsprijs ongeveer 0,21 euro per kWh. Verschillen van deze omvang werken direct door in de dagelijkse operationele kosten en de winstgevendheid op langere termijn.
Voor restaurants zijn deze verschillen relevant, omdat koeling, koken, bakken en ventilatie het energieverbruik sterk beïnvloeden. Markten met een relatief laag prijsniveau voor eten en drinken en lagere energiekosten kunnen restaurants meer ruimte bieden om hun marges op peil te houden.
Bureaucratie en personeel bepalen de snelheid van markttoetreding
Een efficiënt opstartproces kan de doorlooptijd en kosten van een nieuwe vestiging beperken. Voor de vergelijking gebruikt het rapport historische gegevens uit het Doing Business Archive van de Wereldbank. Nederland, Griekenland, Ierland en Frankrijk behoren in de gebruikte meting tot de markten met relatief efficiënte formele toetredingsprocedures. In Duitsland, Italië en Polen is het beeld volgens deze historische indicator minder gunstig.
De arbeidsmarkt vormt een tweede aandachtspunt. Het rapport gebruikt het gemiddelde vacaturepercentage in de horeca en dienstverlening in 2025 als indicatie voor arbeidsmarktkrapte. Dit percentage is geen directe meting van het aantal beschikbare of gekwalificeerde medewerkers en zegt ook niet rechtstreeks hoe lang een vacature openstaat.
Spanje, Ierland en Portugal hebben volgens de analyse een relatief laag vacaturepercentage. Dat kan wijzen op minder spanning op de arbeidsmarkt. In Nederland, Tsjechië, Oostenrijk en Italië ligt het vacaturepercentage hoger. Dat kan het lastiger maken om voldoende medewerkers te vinden en volledige operationele teams samen te stellen.
Nederland: sterke vraag, maar aandacht voor kosten en personeel
Nederland staat op de achtste plaats in de samengestelde ranglijst. Het land combineert volgens de analyse een binnenlandse bestedingsgraad boven het gemiddelde en een relatief gunstig prijsniveau voor eten en drinken met hogere elektriciteitskosten dan in de onderzochte Noord-Europese markten. Ook het relatief hoge vacaturepercentage vormt een aandachtspunt bij het vinden en behouden van personeel.
Luuk Schuiling, lead country manager Nederland bij Makro Webshop: "Nederland laat in onze analyse een gemengd beeld zien. Het land combineert een relatief sterke binnenlandse vraag en een gunstig prijsniveau voor eten en drinken met hogere energiekosten en een arbeidsmarkt waarop volgens de gebruikte vacature-indicator meer spanning zichtbaar is. Het Restaurant Launch Report helpt ondernemers om deze factoren in samenhang te beoordelen. De uiteindelijke haalbaarheid blijft echter afhankelijk van het concept, de locatie en de operationele uitvoering."
Naast de landenvergelijking bevat het Restaurant Launch Report een analyse op stadsniveau voor vier focusmarkten: Nederland, Duitsland, Frankrijk en Italië. Per markt worden drie steden vergeleken op onder meer restaurantdichtheid, commerciële huurprijzen, mogelijkheden voor buiten te dineren en lokale koopkracht.
Methodologie
Het Restaurant Launch Report vergelijkt 20 geselecteerde EU-markten aan de hand van een gestandaardiseerde set criteria. Het doel is om de randvoorwaarden voor het openen van restaurants onderling vergelijkbaar te maken. De analyse omvat negen factoren binnen vier deelgebieden: Omzet & Vraag, Kosten & Marges, Bureaucratie & Personeel en Concurrentie & Vastgoed.
De factoren en deelgebieden wegen allemaal even zwaar mee in de totaalscore. Alle indicatoren zijn genormaliseerd op een schaal van 1 tot 100. De beste waarde binnen de vergelijking krijgt een score van 100 en de slechtste waarde een score van 1. De resultaten dienen als vergelijkende benchmarks en indicatoren. Ze vervangen geen individuele haalbaarheidsanalyse of locatieonderzoek.